ECLI:NL:RVS:2017:192
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit geslachtsnaamswijziging ondanks bevoegdheidsgebrek staatssecretaris
De zaak betreft het hoger beroep van de biologische vader tegen het besluit van de staatssecretaris om de geslachtsnaam van zijn dochter te wijzigen in de naam van haar stiefvader. De appellant betoogde onder meer dat de staatssecretaris niet bevoegd was het besluit te nemen omdat de bevoegdheid na het aftreden van de betreffende staatssecretaris niet was overgedragen.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris op het moment van besluitvorming niet bevoegd was, maar dat dit gebrek niet tot vernietiging leidt omdat de minister de besluiten achteraf heeft bekrachtigd en er geen sprake is van benadeling van de belanghebbenden. Inhoudelijk is vastgesteld dat aan de wettelijke voorwaarden voor geslachtsnaamswijziging is voldaan, waaronder verzorging en opvoeding door de stiefvader gedurende de minderjarigheid.
De appellant voerde tevens aan dat het EVRM niet correct was toegepast en dat de rechtbank ten onrechte niet op zijn verzoek tot betaling van kosten van opvoeding heeft beslist. De Afdeling verwierp deze bezwaren, wijzend op de toepasselijkheid van het EVRM in de nationale rechtsorde en het ontbreken van bestuursrechtelijke bevoegdheid voor het verzoek tot betaling.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en beveelt vergoeding van het betaalde griffierecht aan de appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot geslachtsnaamswijziging wordt bevestigd.