ECLI:NL:RVS:2017:1934
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden huishoudelijk afval afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 13 juli 2016 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een huisvuilzak te verwijderen die naast een afvalcontainer was geplaatst in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009. De zak bevatte een brief met de naam en adres van appellant, wat het college deed concluderen dat appellant de overtreder was en de kosten van €125 voor haar rekening kwamen.
Appellant betoogde dat zij niet degene was die het afval verkeerd had aangeboden en verwees naar een buurvrouw met een gedragsstoornis die mogelijk verantwoordelijk was. Ook stelde zij dat zij rond die datum elders verbleef en dat er geen minicontainers beschikbaar waren door een fout van het vuilnisbedrijf. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet de overtreder was. De brief in de zak was weliswaar aan haar gericht, maar dat betekent niet automatisch dat zij niet verantwoordelijk was.
De stukken over hinder van de buurvrouw en de afwezigheid van minicontainers boden geen voldoende grond om het college onterecht te achten. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft het besluit tot bestuursdwang en de kostenveroordeling in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden van afval is ongegrond verklaard.