ECLI:NL:RVS:2017:1992
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering zorgtoeslag ondanks schending zorgvuldigheidsbeginsel
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 8 april 2016 de zorgtoeslag van appellant over 2013 definitief vast en vorderde €1.442,00 aan teveel ontvangen voorschotten terug. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het besluit in strijd was met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, mede omdat het onderliggende dossier niet aan hem was verstrekt. De rechtbank oordeelde dat het zorgvuldigheidsbeginsel was geschonden doordat het dossier niet was toegezonden, maar dat appellant hierdoor niet was benadeeld, zodat het besluit in stand kon blijven.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat hij niet was benadeeld en dat onder meer het verbod van willekeur en het recht op verdediging waren geschonden. Hij stelde ook dat hij de voorschotten niet had ontvangen en dat hij het dossier van de inspecteur voor de inkomstenbelasting had moeten ontvangen. De Afdeling overwoog dat het dossier weliswaar niet was toegezonden, maar dat uit het besluit en de communicatie via 'mijntoeslagen.nl' de inkomensgegevens en relevante stukken beschikbaar waren. Bovendien was niet aannemelijk dat appellant anders zou zijn behandeld als het dossier wel was verstrekt.
De Afdeling verwierp het beroep van appellant op het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel en op discriminatieverboden uit het EVRM en het IVBPR. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.