ECLI:NL:RVS:2017:1995
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing VOG-aanvraag voor hoofdconducteur wegens verboden wapenbezit
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) om als hoofdconducteur bij de Nederlandse Spoorwegen te werken. De staatssecretaris heeft deze aanvraag geweigerd op grond van een veroordeling tot gevangenisstraf wegens verboden wapenbezit in de tien jaar voorafgaand aan de beoordeling, wat volgens het toepasselijke screeningsprofiel niet verenigbaar is met de functie.
Appellant stelde dat het screeningsprofiel voor buitengewoon opsporingsambtenaar onjuist werd toegepast omdat de opsporingsbevoegdheden slechts een klein deel van de functie uitmaken. Dit verweer werd verworpen omdat de functie van hoofdconducteur formeel is aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar, waardoor het volledige screeningsprofiel van toepassing is.
Verder voerde appellant aan dat de belangenafweging ten zijnen gunste had moeten uitvallen vanwege een positieve psychologische test en het tijdsverloop sinds de veroordeling. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris het belang van de samenleving bij bescherming tegen het risico zwaarder mocht laten wegen dan het belang van appellant bij verlening van de VOG, mede gezien de zwaarte van de opgelegde straf en de aard van het delict.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond had verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de VOG-aanvraag voor appellant als hoofdconducteur wordt bevestigd.