ECLI:NL:RVS:2017:2011
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Belastingdienst tot vergoeding proceskosten wegens gewijzigde beslissing zorgtoeslag 2014
Appellant maakte bezwaar tegen de definitieve vaststelling van zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2014 door de Belastingdienst/Toeslagen. De Belastingdienst stelde de toeslagen aanvankelijk op nihil en €909,00 vast en vorderde teveel ontvangen voorschotten terug. Na bezwaar verklaarde de dienst het bezwaar ongegrond en later niet-ontvankelijk, maar kondigde een herziene toekenningsbeslissing aan waarbij appellant tegemoet werd gekomen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, zonder proceskostenvergoeding toe te kennen. Appellant stelde in hoger beroep dat hij recht heeft op vergoeding van proceskosten voor het indienen van het beroepschrift, omdat de Belastingdienst het besluit heeft herzien nadat het beroep was ingesteld.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend. Door de herziene beslissing is appellant tegemoetgekomen en is zijn procesbelang komen te vervallen, waardoor een proceskostenveroordeling op grond van de Awb mogelijk is. De Raad veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten van €1.485,00 en het griffierecht van €251,00. De rest van de uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant wegens gewijzigde beslissing zorgtoeslag 2014.