ECLI:NL:RVS:2017:2013
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing subsidieaanvraag voor knipvoegwerk panden Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de subsidieaanvraag van appellant voor het vervangen van bestaand voegwerk door knipvoegwerk af. Appellant voerde aan dat zijn aanvraag als herziening van het eerdere subsidiebesluit moest worden behandeld en dat het college ten onrechte aannam dat hij zonder subsidie over voldoende middelen beschikte.
De rechtbank oordeelde dat artikel 4:6 van Pro de Awb niet van toepassing was omdat er eerder een subsidie was verleend en dat de aanvraag als een nieuwe aanvraag moest worden beschouwd. Ook werd geoordeeld dat appellant de werkzaamheden al was gestart vóór de subsidieaanvraag, wat impliceert dat hij over eigen middelen beschikte.
De Raad van State bevestigt deze beoordeling en wijst het hoger beroep af. Het college mocht de aanvraag weigeren op grond van de Subsidieverordening Rotterdam 2014, artikel 8, onder b, en er was geen sprake van gelijke gevallen of bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de subsidieaanvraag voor knipvoegwerk en verklaart het hoger beroep ongegrond.