ECLI:NL:RVS:2017:2016
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verklaring omtrent gedrag voor taxichauffeursfunctie
De appellant vroeg een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aan om een chauffeurskaart te verkrijgen voor het taxibedrijf van zijn vader. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van het objectieve criterium, omdat de appellant binnen vijf jaar meerdere veroordelingen had voor onder meer gekwalificeerde diefstal, overtreding van de WWM en verkeersovertredingen. De staatssecretaris achtte het risico voor de samenleving te groot vanwege de aard en herhaling van de feiten en het korte tijdsverloop sinds de laatste veroordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Hij voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn jeugdige leeftijd ten tijde van de feiten en de moeilijkheden bij het vinden van werk door het dragen van gehoorapparaten.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris het subjectieve criterium terecht niet van toepassing heeft verklaard, omdat het belang van de samenleving bij bescherming tegen het risico zwaarder weegt dan het belang van appellant bij afgifte van de VOG. De jeugdige leeftijd en persoonlijke omstandigheden rechtvaardigen volgens de Afdeling geen afwijking van deze afweging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag wegens herhaalde justitiële veroordelingen en onvoldoende tijdsverloop.