ECLI:NL:RVS:2017:2033
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering vestigingsalternatief Koerdische Autonome Regio
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 17 juni 2016 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, met het argument dat de vreemdeling een vestigingsalternatief had in de Koerdische Autonome Regio (KAR). De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris het besluit onzorgvuldig had voorbereid en ondeugdelijk had gemotiveerd, met name ten aanzien van de toegang tot de KAR en de verwachting dat de vreemdeling zich daar zou kunnen vestigen. Het ambtsbericht van november 2016 toonde een restrictiever beleid van de Koerdische autoriteiten ten aanzien van ontheemden, wat niet voldoende was meegenomen in het besluit.
Verder was de motivering onvoldoende waarom van de vreemdeling verwacht mocht worden dat hij familieleden zou inschakelen om zich in de KAR te vestigen, terwijl terugkeer naar het district Makhmour of Ta'mim niet werd verwacht vanwege de daar heersende onveilige situatie.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en bepaalde dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling moet vergoeden. Het besluit moet nu opnieuw worden genomen met inachtneming van de motiveringsvereisten.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering over het vestigingsalternatief in de Koerdische Autonome Regio.