ECLI:NL:RVS:2017:2061
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen plaatsing ondergrondse restafvalcontainers in Hengelo
In deze zaak heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen de invoering van een nieuw inzamelsysteem voor huishoudelijk restafval in de gemeente Hengelo, waarbij ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) worden geplaatst. Verzoeker betoogde dat het college niet de juiste procedure heeft gevolgd en dat de gehanteerde gemiddelde brengafstand van 250 meter niet overeenkomt met het raadsbesluit. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de invoering per direct te stoppen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beslissingen waartegen verzoeker bezwaar maakte, niet als besluiten in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb kunnen worden aangemerkt. Ook het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening, waarin ORAC's zijn aangewezen als inzamelvoorziening, is een algemeen verbindend voorschrift waartegen geen bezwaar of beroep openstaat. Hierdoor is het bezwaar waarschijnlijk niet-ontvankelijk.
Daarnaast overwoog de voorzieningenrechter dat het college wel gehouden is om de concrete locaties van de ORAC's bij besluit aan te wijzen, maar dat dit nog niet is gebeurd. Het ontbreken van een omgevingsvergunning is niet relevant voor deze verplichting. Gezien het voorlopige karakter van de procedure en het ontbreken van een ontvankelijk bezwaar, wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van correcte bestuursrechtelijke procedures bij de invoering van nieuwe gemeentelijke voorzieningen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.