ECLI:NL:RVS:2017:2096
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2014
Appellante maakte in 2014 gebruik van kinderopvang en ontving voorschotten kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst stelde het definitieve recht op nihil en vorderde de voorschotten terug, waarna appellante een verzoek tot herziening indiende. Dit verzoek werd afgewezen en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij door verrekeningen van voorschotten in financiële problemen was gekomen, waardoor zij niet alle kosten aan de kinderopvang kon voldoen. Zij stelde dat de nabetalingen in 2015 niet aan haar konden worden tegengeworpen en dat een deel van de toeslag voor levensonderhoud was gebruikt vanwege de onterechte verrekeningen.
De Raad van State overwoog dat de totale kosten kinderopvang in 2014 € 6.412,40 bedroegen, terwijl appellante slechts € 824,00 in 2014 betaalde en later betalingen in 2015 deed die niet duidelijk aan 2014 konden worden toegerekend. Hierdoor was niet aangetoond dat zij de volledige kosten had voldaan. De toeslag dient ter vergoeding van kinderopvangkosten en mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2014 bevestigd.