ECLI:NL:RVS:2017:2111
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Bij besluiten van 23 december 2015 heeft de staatssecretaris de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die deze beroepen op 15 november 2016 niet-ontvankelijk verklaarde. De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad constateert dat de mondelinge uitspraak van de rechtbank niet de vereiste motivering bevatte, maar dit gebrek leidt niet tot een ander oordeel. Uit een door de vreemdelingen ondertekende vertrekverklaring blijkt dat zij op 2 juni 2016 met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie naar Albanië zijn vertrokken. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk omdat de vreemdelingen niet langer belanghebbenden zijn.
De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank met verbeterde gronden. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep en wijst het hoger beroep af.