ECLI:NL:RVS:2017:2114
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens onjuiste bekendmaking
De staatssecretaris heeft op 5 november 2015 de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot 3 oktober 2012 en een inreisverbod van tien jaar opgelegd. De bekendmaking van dit besluit vond plaats via een mededeling in de Staatscourant, terwijl de vreemdeling op dat moment in een Belgische gevangenis verbleef, wat volgens de vreemdeling als zijn laatst bekende adres moest worden beschouwd.
De vreemdeling diende bezwaar in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet binnen de wettelijke termijn was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde de vreemdeling dat de bekendmaking onjuist was, omdat het besluit niet aangetekend naar zijn laatst bekende adres in België was gestuurd.
De Raad van State oordeelt dat de gevangenis in Turnhout als laatst bekende adres moet worden aangemerkt en dat de staatssecretaris het besluit niet op de juiste wijze heeft bekendgemaakt. De juiste bekendmaking vond pas plaats op 2 maart 2016 bij uitreiking. Hierdoor was het bezwaar van 8 maart 2016 tijdig. Het hoger beroep is gegrond, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, en het bezwaar wordt alsnog gegrond verklaard. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onjuiste bekendmaking.