ECLI:NL:RVS:2017:2137
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing handhavingsverzoek bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren wees op 21 augustus 2015 een verzoek tot handhaving van de bestemming van een perceel te Rijs af. Hiertegen maakten appellanten bezwaar en beroep. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college opnieuw moest beslissen.
Appellant sub 1 stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl appellant sub 2A en 2B incidenteel hoger beroep instelden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep op 28 juli 2017.
De Afdeling oordeelde dat het hogerberoepschrift van appellant sub 1 te laat was ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van zes weken. De door appellant aangevoerde omstandigheden, waaronder het ontbreken van een advocaat en het feit dat zijn zoon hem bijstond, werden niet als verschoonbaar beschouwd. Hierdoor werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Als gevolg hiervan werd ook het incidenteel hoger beroep van appellant sub 2A en 2B niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.