ECLI:NL:RVS:2017:2166
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 7 februari 2016 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van een jaar uitgevaardigd tegen een vreemdeling met de Chinese nationaliteit. De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen een eerdere visumtermijnbeperking en betoogde rechtmatig verblijf te hebben op grond van een verlenging van haar visum. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het terugkeerbesluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat het bezwaar van de vreemdeling tegen de visumafwijzing geen schorsende werking had en dat de vreemdeling ten tijde van het terugkeerbesluit geen rechtmatig verblijf genoot. Ook werd geoordeeld dat het inreisverbod terecht was uitgevaardigd en dat de vreemdeling onvoldoende had onderbouwd dat haar familie- en gezinsleven onevenredig werd belemmerd.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling kon niet worden gevolgd in haar stelling dat zij de visumperiode verschoonbaar had overschreden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit en inreisverbod worden bevestigd.