ECLI:NL:RVS:2017:2172
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning APK-keuring wegens onvoldoende hefhoogte hefinrichting
De RDW trok bij besluiten van 6 juli 2016 de erkenning en bevoegdheid van appellanten voor het uitvoeren van APK-keuringen van voertuigen tot 3.500 kg voor zes weken in vanwege het niet halen van de vereiste hefhoogte van 1,65 meter door de hefinrichting bij een steekproefcontrole van een camper. Appellanten maakten bezwaar, dat werd afgewezen, waarna zij beroep instelden bij de voorzieningenrechter. Deze verklaarde het beroep gegrond en beperkte de intrekking tot twee weken, omdat de keurmeester ondanks de lagere hefhoogte toch de onderkant van het voertuig nagenoeg rechtopstaand kon inspecteren.
De RDW en appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de tekst van artikel 9, tweede lid, onder c, van de Regeling duidelijk voorschrijft dat de hefhoogte minimaal 1,65 meter moet zijn voor voertuigen tot 3.500 kg, ongeacht de afmetingen van het voertuig. De lagere hefhoogte betekent formeel een overtreding, maar de feitelijke inspectiemogelijkheid was wel aanwezig. De voorzieningenrechter had daarom terecht de proportionaliteit van de sanctie beoordeeld en geoordeeld dat een intrekking van zes weken onevenredig was.
De Raad van State verwierp het hoger beroep van de RDW en het incidenteel hoger beroep van appellanten en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Tevens werd de RDW veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten. De uitspraak benadrukt het belang van een strikte tekstuele uitleg van de Regeling, maar ook de noodzaak van een evenredige sanctietoepassing in het bestuursrecht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de beperking van de intrekking van de erkenning en bevoegdheid tot twee weken en veroordeelt de RDW tot proceskostenvergoeding.