ECLI:NL:RVS:2017:2210
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en ongegrondheid beroep tegen herplantplichtbesluit in Serooskerke
Het geschil betreft een herplantplicht opgelegd aan belanghebbende vanwege het zonder vergunning kappen van bomen op een perceel te Serooskerke. Appellant verzocht het college handhavend op te treden, wat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en gelastte een nieuw besluit.
Het college trok het eerdere besluit in en legde een herplantplicht op conform een landschapsinpassingsplan uit een rapport van februari 2015, met een dwangsom bij niet-naleving. Appellant stelde dat het college ten onrechte het rapport als basis nam in plaats van een situatietekening (kattebel), maar dit werd verworpen omdat appellant daardoor geen belang had bij zijn hoger beroep.
Verder voerde appellant aan dat de begunstigingstermijn te ruim was en dat het herplantingsbesluit onvoldoende concreet was en onvoldoende compensatie bood voor de gekapte bomen. De Afdeling oordeelde dat het college binnen zijn beoordelingsvrijheid handelde, rekening hield met seizoensomstandigheden en dat de opgelegde herplantplicht concreet en redelijk was, mede gelet op de bomenverordening en het belang van appellant om geen vrij uitzicht te hebben op het perceel.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 17 mei 2016 ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het herplantplichtbesluit is ongegrond verklaard.