ECLI:NL:RVS:2017:2242
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning bedrijfsvoorraad na onjuiste registratie voertuig
De RDW heeft op 9 februari 2016 de erkenning bedrijfsvoorraad van appellant voor zes weken ingetrokken omdat een voertuig dat niet meer tot de bedrijfsvoorraad behoorde toch als zodanig was geregistreerd. Appellant had een vervalst vrijwaringsbewijs van de koper ontvangen, maar was verantwoordelijk voor een juiste registratie en had meerdere controlemiddelen om dit te voorkomen.
Appellant stelde dat de intrekking onterecht was omdat hij slachtoffer was van valsheid in geschrifte en dat de RDW niet had gewezen op zijn verplichtingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet een beroepsgrond over een eerdere waarschuwing uit 2014 buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde.
De Raad van State oordeelde dat appellant voldoende tijd en gelegenheid had gehad om de beroepsgrond eerder aan te voeren en dat de RDW terecht het toezichtbeleid toepaste. De bijzondere omstandigheden rechtvaardigden geen afwijking van het beleid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad voor zes weken wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.