ECLI:NL:RVS:2017:2252
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening huurtoeslag 2012 wegens overschrijding inkomensgrens ondanks verzorgingsbehoefte
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de herziening van haar huurtoeslag over 2012 door de Belastingdienst/Toeslagen. De toeslag werd op nihil vastgesteld en het reeds betaalde bedrag van €1.360 teruggevorderd, omdat het gezamenlijke inkomen van appellante en haar medebewoner, haar meerderjarige dochter die haar verzorgt, te hoog was.
Appellante stelde dat vanwege haar verzorgingsbehoefte haar dochter buiten beschouwing moest blijven bij de inkomensberekening, verwijzend naar de hardheidsclausule in artikel 2a van het Besluit op de huurtoeslag. De dochter is ingeschreven op hetzelfde adres en er is een indicatie voor verzorging afgegeven. Echter, het gezamenlijke toetsingsinkomen van €43.822 overschrijdt de wettelijke grens van €42.250, waardoor de hardheidsclausule niet van toepassing is.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat er geen concrete toezeggingen of vergelijkbare gevallen zijn aangetoond. Ook is het afzien van een hoorzitting door de Belastingdienst/Toeslagen gerechtvaardigd, omdat het bezwaar voorshands kansloos was.
De Raad van State concludeert dat de herziening van de huurtoeslag rechtmatig is en bevestigt het besluit van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de huurtoeslag wordt bevestigd.