ECLI:NL:RVS:2017:2281
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig asielrelaas
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 28 oktober 2015 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, omdat hij het asielrelaas ongeloofwaardig achtte. De vreemdeling ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Den Haag, die op 12 juli 2016 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad van State beoordeelde het hoger beroep en stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris ondeugdelijk had gemotiveerd waarom het asielrelaas ongeloofwaardig was. De staatssecretaris had terecht gewezen op tegenstrijdige en bevreemdingwekkende verklaringen van de vreemdeling over het trainingskamp, de wijze van vertrek uit Somalië en het verloop van de vlucht.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2017.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond vanwege een deugdelijk gemotiveerd ongeloofwaardig asielrelaas.