ECLI:NL:RVS:2017:2290
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 21 juni 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 18 juli 2017 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek tot schorsing van de rechtsgevolgen van de uitspraak van de rechtbank toewijsbaar was, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter bepaalde derhalve dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. De uitspraak werd op 24 augustus 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De uitzetting van de vreemdeling wordt geschorst totdat op het hoger beroep is beslist.