ECLI:NL:RVS:2017:2291
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 26 juni 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 25 juli 2017 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen moet ontvangen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Deze beslissing is genomen met inachtneming van eerdere jurisprudentie, met name de uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten aan de vreemdeling, ter hoogte van €495,00, welke volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 24 augustus 2017 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter A.B.M. Hent.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en krijgt recht op opvang; de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.