ECLI:NL:RVS:2017:230
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ernstige bodemverontreiniging en saneringsplicht op perceel voormalige chemische wasserij te Leiden
Het college van burgemeester en wethouders van Leiden stelde bij besluit van 18 januari 2016 vast dat op een perceel te Leiden sprake is van ernstige bodemverontreiniging met vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl) en dat spoedige sanering noodzakelijk is. Het perceel, waar in het verleden een chemische wasserij was gevestigd, werd als bronperceel aangemerkt. Daarnaast werden een saneringsplan en tijdelijke beveiligingsmaatregelen opgelegd.
Appellante, eigenaar van het perceel, betwistte dat het perceel het enige bronperceel is en dat sprake is van één geval van verontreiniging. Zij stelde dat ook andere bronnen, zoals een beerput en werkzaamheden aan de riolering, mogelijk de verontreiniging veroorzaakten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college voldoende had gemotiveerd dat de verontreiniging terug te voeren is op de voormalige chemische wasserij en dat technische, organisatorische en ruimtelijke samenhang aanwezig is, waardoor sprake is van één geval van verontreiniging.
Verder wees de Afdeling het beroep af dat appellante niet als saneringsplichtige kon worden aangewezen omdat zij als particulier eigenaar is en geen bedrijfsactiviteiten verricht. Het college mocht appellante als eigenaar van het bedrijfsterrein verplichten tot sanering en het treffen van beveiligingsmaatregelen. Ook werd het bezwaar tegen de tijdelijke beveiligingsmaatregel verworpen, omdat deze noodzakelijk was ter bescherming van gebruikers en de duur en frequentie van het onderzoek redelijk waren geregeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en appellante werd verplicht tot sanering en het naleven van de opgelegde maatregelen.
Uitkomst: Het beroep van appellante is ongegrond verklaard en zij is gehouden tot sanering en naleving van de opgelegde maatregelen.