ECLI:NL:RVS:2017:2304
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over huurtoeslag en medebewonerinschrijving in GBA
Appellant huurde in 2013 een woning en vroeg huurtoeslag aan. De Belastingdienst stelde het inkomen van appellant en zijn zoon, die volgens de GBA op hetzelfde adres stond ingeschreven, vast en stelde de huurtoeslag op nihil. Appellant betwistte dat zijn zoon medebewoner was, omdat deze sinds januari 2012 niet meer bij hem woonde.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst het besluit op een onjuiste wettelijke grondslag had gebaseerd, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de foutieve inschrijving aan appellant kon worden toegerekend. De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat de inschrijving in de GBA leidend is voor de beoordeling van medebewoning, tenzij de fout niet aan appellant kan worden toegerekend.
Appellant had het college van burgemeester en wethouders geïnformeerd over het vertrek van zijn zoon, maar had nagelaten te controleren of de GBA was aangepast. De Raad van State oordeelt dat appellant de onjuiste inschrijving in de GBA dus wel kan worden toegerekend. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.