ECLI:NL:RVS:2017:2321
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige vertraging verblijfsvergunning
Appellante verzocht om vergoeding van schade die zij heeft geleden door de onrechtmatige vertraging bij de verstrekking van haar verblijfsvergunning, waaronder gederfde inkomsten en emotionele schade.
De staatssecretaris erkende de onrechtmatige daad maar wees het verzoek af vanwege onvoldoende onderbouwing van de schade en het ontbreken van het relativiteitsvereiste. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep klaagde appellante dat zij de schade wel voldoende had onderbouwd, onder meer met een brief van een werkgever en haar vrijwilligerswerk, en dat de emotionele schade verband hield met de periode na haar aanvraag.
De Afdeling oordeelde dat de onderbouwing onvoldoende was en dat de gestelde emotionele schade niet aannemelijk was gemaakt noch toerekenbaar aan de vertraging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige vertraging bij de toekenning van een verblijfsvergunning.