ECLI:NL:RVS:2017:2344
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 26 januari 2016 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s), onder meer op locaties nabij de Johannes Bildersstraat 7 en 2-4. Drie appellanten stelden beroep in tegen dit besluit. Twee appellanten dienden hun zienswijzen buiten de wettelijke termijn in, waardoor hun beroepen niet-ontvankelijk werden verklaard. Een derde appellant betwistte de locatiekeuze van de ORAC’s, met name locatie 79-01.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college bij de locatiekeuze een redelijke belangenafweging heeft gemaakt, rekening houdend met randvoorwaarden zoals loopafstand, parkeerplaatsen, bomen, infrastructuur, bereikbaarheid en veiligheid. Het college heeft toegelicht dat de parkeerdruk in de wijk acceptabel blijft en dat verkeersveiligheid is gewaarborgd, mede door afspraken over het legen van de containers buiten schooltijden.
De appellant die de locatiekeuze betwistte, kon geen aannemelijke alternatieve locatie aanwijzen die geschikter zou zijn. Ook de bezwaren over verkeersveiligheid, het verlies van een parkeerplaats en het bestaan van leidingen op de locatie werden door de Raad verworpen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de plaatsingsbesluiten gehandhaafd.
Uitkomst: Beroepen van twee appellanten niet-ontvankelijk; beroep van derde appellant ongegrond verklaard.