ECLI:NL:RVS:2017:2367
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had bij besluit van 12 oktober 2016 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep bij uitspraak van 25 juli 2017 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State overwoog dat de termijn voor het indienen van het hoger beroep een week bedraagt en begint te lopen de dag na verzending van de uitspraak van de rechtbank. De uitspraak was verzonden op 25 juli 2017, waardoor de termijn op 1 augustus 2017 eindigde. Het hogerberoepschrift werd echter op 2 augustus 2017 ontvangen, derhalve te laat.
Er werden geen omstandigheden aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.