ECLI:NL:RVS:2017:2368

Raad van State

Datum uitspraak
29 augustus 2017
Publicatiedatum
30 augustus 2017
Zaaknummer
201706176/1/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • N. Verheij
  • J.J. van Eck
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening van uitspraak inzake vreemdelingenrecht

Verzoekers hebben bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek ingediend tot herziening van de uitspraak van 27 juli 2017, waarin het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag gegrond werd verklaard.

De Afdeling heeft het verzoek getoetst aan artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat bepaalt dat een onherroepelijke uitspraak slechts kan worden herzien op grond van nieuwe feiten of omstandigheden. Het verzoek bevatte geen feiten of omstandigheden die aan deze criteria voldeden.

Daarom is het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Tevens is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 29 augustus 2017 in het openbaar uitgesproken door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

201706176/1/V2.
Datum uitspraak: 29 augustus 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van:
[vreemdeling 1], mede voor haar minderjarige dochter, en [vreemdeling 2],
verzoekers,
om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 27 juli 2017 in zaak nr. 201702783/1/V2.
Procesverloop
Verzoekers hebben de Afdeling verzocht de uitspraak van 27 juli 2017 in zaak nr. 201702783/1/V2, waarbij het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 28 maart 2017 gegrond is verklaard, te herzien.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet aan te merken als een feit of omstandigheid, als bedoeld in die bepaling.
2.    Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. J.J. van Eck en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.
w.g. Verheij    w.g. Prins
voorzitter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2017
363-837.