ECLI:NL:RVS:2017:2369
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen tijdens hoger beroep
De vreemdelingen hadden bij afzonderlijke besluiten van 30 juni 2017 een niet-ontvankelijkverklaring ontvangen op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde hun beroepen tegen deze besluiten op 31 juli 2017 ongegrond. Hiertegen stelden zij hoger beroep in bij de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij niet zouden worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en dat zij gedurende die periode opvang en verstrekkingen zouden ontvangen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek toewijsbaar was, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De beslissing werd op 29 augustus 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdelingen worden niet uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.