ECLI:NL:RVS:2017:2370
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel na bekering
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 23 juni 2016 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde dat zij na intrekking van een eerdere vergunning was bekeerd tot het christendom en daardoor gevaar liep in Iran. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank onvoldoende had onderkend dat de staatssecretaris de ongeloofwaardigheid van de bekering deugdelijk had gemotiveerd. De staatssecretaris wees terecht op het feit dat de vreemdeling tijdens haar reizen naar Iran als christen werd beschouwd, terwijl christenen in Iran het risico lopen op de doodstraf. Ook waren de verklaringen van de vreemdeling over haar bekering te algemeen en onvoldoende concreet, zeker gezien de maatschappelijke en strafrechtelijke context in Iran.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.