ECLI:NL:RVS:2017:2375
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris heeft op 3 maart 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 7 augustus 2017 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te waarborgen.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek gegrond is in lijn met een eerdere uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350). Daarom wordt bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand verleend door een derde.
Deze uitspraak waarborgt de rechtspositie van de vreemdeling gedurende de procedure en voorkomt onherstelbare gevolgen door voortijdige uitzetting. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter Bijloos op 1 september 2017.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.