ECLI:NL:RVS:2017:2378
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van grieven tegen uitspraak rechtbank
De vreemdeling had bij de staatssecretaris een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die niet in behandeling werd genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State toetste het hogerberoepschrift aan de vereisten van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Uit het dossier bleek dat het hogerberoepschrift geen grieven bevatte tegen enig onderdeel van de uitspraak van de rechtbank, terwijl dit een vereiste is om ontvankelijk te zijn in hoger beroep.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van lid N. Verheij, in aanwezigheid van griffier S. Bechinka, op 9 augustus 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven tegen de uitspraak van de rechtbank.