ECLI:NL:RVS:2017:2406
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Hoekstra
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid na geweldsincident
De korpschef trok op 7 juli 2015 de toestemming in die aan International Security Agency was verleend om appellant beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten, naar aanleiding van een incident waarbij appellant geweld gebruikte tegen een bezoeker van een horecagelegenheid. Het incident vond plaats op 12 mei 2015, waarbij appellant het slachtoffer meerdere keren sloeg en trapte, wat leidde tot letsel aan het slachtoffer.
Na een bezwaarprocedure handhaafde de korpschef het besluit tot intrekking. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat de korpschef zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat appellant onvoldoende betrouwbaar was voor het beveiligingswerk. Appellant werd strafrechtelijk veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf wegens poging tot zware mishandeling.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld over zijn betrouwbaarheid, mede gezien de strafrechterlijke motivering en zijn persoonlijke omstandigheden. De Raad van State oordeelde echter dat van een beveiliger mag worden verwacht dat hij de-escalerend optreedt en de politie inschakelt, wat appellant niet deed. De korpschef mocht het algemene belang van betrouwbaarheid in de beveiligingsbranche zwaarder laten wegen dan de persoonlijke belangen van appellant.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid na een geweldsincident.