ECLI:NL:RVS:2017:2417
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J.J. van Eck
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kracht vervallenverklaring tenaamstelling voertuig
Appellant verzocht de RDW de tenaamstelling van zijn voertuig met terugwerkende kracht te laten vervallen vanaf 27 december 2010, omdat hij stelde dat hij toen geen houder meer was en het voertuig gestolen was. De RDW wees dit verzoek af en verklaarde de tenaamstelling per 1 maart 2016 vervallen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het verzoek om vervallenverklaring met terugwerkende kracht slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden gehonoreerd, zoals bij identiteitsfraude waarbij de geregistreerde geen enkele rol heeft gehad in de tenaamstelling. Appellant had echter zelf het kenteken op zijn naam gesteld, waardoor hij deel had aan de tenaamstelling. De RDW kon daarom het verzoek tot terugwerkende kracht terecht weigeren.
Verder stelde appellant dat de RDW onrechtmatig handelde door onjuiste persoonsgegevens te hanteren en dat dit in strijd was met het EVRM en de Privacyrichtlijn. De Afdeling oordeelde dat de procedure over de boetebeschikkingen die appellant ontving niet in deze zaak aan de orde was en dat de RDW niet verplicht is om zelfstandig te controleren of een voertuig nog bestaat. Het verzoek om terugwerkende kracht kon daarom niet worden toegewezen.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de RDW om de tenaamstelling met terugwerkende kracht te laten vervallen wordt bevestigd.