ECLI:NL:RVS:2017:2428
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep asielprocedure
Bij verschillende besluiten van 23 juni 2017 heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de aanvragen van meerdere vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 26 juli 2017 deze beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om te bepalen dat zij niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat zij gedurende deze periode opvang en verstrekkingen ontvangen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De voorzieningenrechter heeft het verzoek getoetst aan eerdere jurisprudentie, met name een uitspraak van 20 december 2016, en geoordeeld dat het verzoek voor toewijzing in aanmerking komt.
De voorzieningenrechter heeft daarom bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen, vastgesteld op €495,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 5 september 2017 en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op hun hoger beroep is beslist en krijgen recht op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode.