ECLI:NL:RVS:2017:2428

Raad van State

Datum uitspraak
5 september 2017
Publicatiedatum
6 september 2017
Zaaknummer
201706211/2/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbWet Centraal Orgaan opvang asielzoekers
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep asielprocedure

Bij verschillende besluiten van 23 juni 2017 heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de aanvragen van meerdere vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 26 juli 2017 deze beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om te bepalen dat zij niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat zij gedurende deze periode opvang en verstrekkingen ontvangen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De voorzieningenrechter heeft het verzoek getoetst aan eerdere jurisprudentie, met name een uitspraak van 20 december 2016, en geoordeeld dat het verzoek voor toewijzing in aanmerking komt.

De voorzieningenrechter heeft daarom bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen, vastgesteld op €495,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 5 september 2017 en is openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op hun hoger beroep is beslist en krijgen recht op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode.

Uitspraak

201706211/2/V2.
Datum uitspraak: 5 september 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling A], [de vreemdeling B], [de vreemdeling C], [de vreemdeling D] [de vreemdeling E],
verzoekers,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 26 juli 2017 in zaken nrs. NL17.4068, NL17.4070, NL17.4074, NL17.4076 en NL17.4080 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij onderscheiden besluiten van 23 juni 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 26 juli 2017 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. F.L.M. van Haren, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Voorts hebben de vreemdelingen de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.    De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hun gedurende die periode opvang en verstrekkingen voorzien bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers worden geboden.
2.    Gelet op wat is aangevoerd, komt het verzoek, in het licht van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 20 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3350, op na te melden wijze voor toewijzing in aanmerking.
3.    De staatssecretaris dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden uitgezet, totdat op het door hun ingestelde hoger beroep is beslist;
II.    veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 495,00 (zegge: vierhonderdvijfennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.
w.g. Bijloos    w.g. Van de Sluis
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 5 september 2017
802.