ECLI:NL:RVS:2017:2431
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 8 augustus 2016 een terugkeerbesluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod werd uitgevaardigd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 4 juli 2017 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij betoogde dat hij ondanks zijn uitzetting nog steeds belang had bij de beoordeling van het hoger beroep tegen het terugkeerbesluit vanwege geleden schade. De Afdeling overwoog echter dat met de uitzetting de terugkeerverplichting was voldaan en het terugkeerbesluit was uitgewerkt. Bovendien had de vreemdeling niet concreet gemaakt welke schade hij had geleden.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep voor zover gericht tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk. Voor het inreisverbod oordeelde de Afdeling dat de aangevoerde gronden niet tot vernietiging van de uitspraak konden leiden en bevestigde zij de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.