ECLI:NL:RVS:2017:2432
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris tot vergoeding proceskosten wegens onjuiste grondslag terug- of overnameverzoek
De staatssecretaris heeft op 15 februari 2017 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 maart 2017 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte een gebrek in de grondslag van het terug- of overnameverzoek aan Italië heeft gepasseerd zonder de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt. Dit betreft toepassing van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het deel van het vonnis waarin de proceskostenveroordeling ontbreekt, bevestigt het overige en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van €1.485 aan proceskosten, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Raad van State veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van €1.485 aan proceskosten aan de vreemdeling.