AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Proceskostenvergoeding bij intrekking hoger beroep vreemdelingenzaak
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een vreemdelingenzaak. Na het instellen van het hoger beroep verleende de staatssecretaris een document waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bleek, waardoor de vreemdeling het hoger beroep introk.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde het verzoek tot proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met de Vreemdelingenwet 2000. Gezien de tegemoetkoming van de staatssecretaris werd het verzoek als kennelijk gegrond toegewezen.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand, en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht van €250,00. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van mr. N. Verheij.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van het griffierecht na intrekking van het hoger beroep.
Uitspraak
201705223/1/V1.
Datum uitspraak: 15 september 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoekster,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb).
Procesverloop
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.P.R. Pieters, advocaat te Rijsbergen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 31 mei 2017 in zaak nr. 17/3286.
De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten.
De staatssecretaris heeft een schriftelijke reactie gegeven.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 88, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, kan, in geval van intrekking van het hoger beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 vanPro de Awb worden veroordeeld.
2. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken nadat de staatssecretaris haar een document heeft verleend als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt. Hiermee is de staatssecretaris de vreemdeling tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb.
3. Het verzoek dient als kennelijk gegrond op na te melden wijze te worden toegewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 495,00 (zegge: vierhonderdvijfennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
II. gelast dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de vreemdeling het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.