ECLI:NL:RVS:2017:2521
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor verbouwing garage tot bedrijfswoning ondanks bezwaren melkveehouderij
Het college van burgemeester en wethouders van Weert verleende op 29 september 2015 een omgevingsvergunning voor het wijzigen van het gebruik en verbouwen van een garage tot bedrijfswoning op een perceel te Weert. Een nabijgelegen melkveehouder, appellant, maakte bezwaar tegen deze vergunning omdat hij vreest dat zijn bedrijfsvoering wordt beperkt door de nieuwe bedrijfswoning.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad beoordeelde onder meer of de minimale afstanden tussen de veehouderij en de bedrijfswoning volgens de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit milieubeheer werden nageleefd.
De Raad oordeelde dat de afstand tussen de veehouderij en de bedrijfswoning groter is dan de wettelijk vereiste 50 meter en dat de opslag van kuilvoer, hoewel op een afstand van 21,1 meter, illegaal is en daarom niet in aanmerking hoeft te worden genomen. Tevens achtte de Raad het college bevoegd om het belang van het beëindigen van de intensieve veehouderij en het behoud van het aantal woningen op het perceel mee te wegen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het college de omgevingsvergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het oordeel dat het college de omgevingsvergunning terecht heeft verleend en verklaart het hoger beroep ongegrond.