ECLI:NL:RVS:2017:2533
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.J. van Eck
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit minimumbemanning en rusttijden binnenvaart en vaststelling lagere boete
De minister legde aan appellante een bestuurlijke boete van in totaal €2.900,00 op wegens overtredingen van minimumbemanning en rusttijden bij de exploitatie van een vaartuig op de binnenwateren. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het opleggen van een boete wegens schending van rusttijden behorende bij een andere exploitatiewijze dan die waarin het vaartuig voer, geen wettelijke grondslag heeft en daarmee in strijd is met artikel 5:4, tweede lid, van de Awb. De minister had het besluit van 15 mei 2015 dan ook moeten herroepen in plaats van slechts de boete kwijt te schelden.
Verder werd bevestigd dat appellante terecht als werkgever werd aangemerkt en dat het bemanningstekort bestond uit het ontbreken van een lichtmatroos, conform het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn. De stelling dat de aanwezige stuurman voldeed aan de kwalificaties van een lichtmatroos werd verworpen. De proportionaliteit van de boete werd beoordeeld, maar gelet op de geldende regelgeving en omstandigheden werd geen matiging toegepast.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de minister, herroept het boetebesluit van 15 mei 2015 en stelde de boete vast op €500,00. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 15 mei 2015 wordt herroepen, de bestuurlijke boete vastgesteld op €500,00 en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.