ECLI:NL:RVS:2017:2548
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit permanente bewoning recreatiewoningen Otterlo
Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde appellant een last onder dwangsom op om het gebruik van recreatiewoningen aan twee locaties in Otterlo voor permanente bewoning te beëindigen. Appellant verhuurde deze woningen aan huurders die ze als hoofdverblijf gebruikten, wat volgens het college in strijd was met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college niet bevoegd was om handhavend op te treden omdat hij zelf de woningen niet gebruikte voor permanente bewoning en het laten gebruiken voor permanente bewoning niet verboden was in het bestemmingsplan. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bestemmingsplan onder de Wet op de Ruimtelijke Ordening tot stand is gekomen en dat het laten gebruiken van de recreatiewoningen voor permanente bewoning niet verboden is zonder een daartoe strekkend verbod.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het handhavingsbesluit van het college. Ook het besluit tot invordering van de dwangsom werd vernietigd omdat de grondslag daarvoor was komen te vervallen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant. Deze uitspraak treedt in de plaats van de vernietigde besluiten.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit en het dwangsom-invorderingsbesluit worden vernietigd omdat het college niet bevoegd was jegens appellant handhavend op te treden.