ECLI:NL:RVS:2017:2550
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluiten wegens ontbreken bevoegdheid college bij verhuur recreatiewoningen
Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde aan appellant dwangsommen op en gelastte het beëindigen van het gebruik van recreatiewoningen aan twee locaties te Otterlo in strijd met het bestemmingsplan, omdat deze recreatiewoningen permanent werden bewoond. Appellant verhuurde de woningen, maar gebruikte deze niet zelf voor permanente bewoning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college bevoegd was handhavend op te treden omdat verhuur zonder tussenkomst van derden werd beschouwd als gebruik in strijd met het bestemmingsplan. Appellant stelde in hoger beroep dat het college niet bevoegd was omdat het bestemmingsplan geen verbod bevat op het laten gebruiken van de woningen voor permanente bewoning.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestemmingsplan onder de Wet op de Ruimtelijke Ordening is vastgesteld en dat het verbod op permanente bewoning zich richt op degene die de woningen gebruikt, niet op degene die verhuurt. Omdat het bestemmingsplan geen expliciet verbod bevat op het laten gebruiken, is het college niet bevoegd tot handhaving tegen appellant. Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en de handhavingsbesluiten zijn vernietigd en het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de handhavingsbesluiten van het college zijn vernietigd wegens ontbreken van bevoegdheid.