ECLI:NL:RVS:2017:2574
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 27 juli 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen, niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 24 augustus 2017 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht hij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 22 september 2017 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt, ter hoogte van €495,00, voor rechtsbijstand verleend door een derde.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en de belangenafweging dat uitzetting tijdens het hoger beroep onherstelbare schade kan veroorzaken. De uitspraak biedt de vreemdeling bescherming gedurende de procedure en waarborgt zijn recht op opvang en verstrekkingen volgens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.