ECLI:NL:RVS:2017:2579
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving permanente bewoning bijgebouw te Schoorl
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen legde [appellante] een dwangsom op om de permanente bewoning van een bijgebouw op haar perceel te staken. Het college stelde dat het gebouw niet als woning was vergund en dat het gebruik niet onder het overgangsrecht viel, omdat het gebruik niet vóór 1952 was begonnen.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het beroep op het overgangsrecht niet slaagde. De Afdeling nam daarbij mee dat het college in een eerdere brief had aangegeven dat het gebruik van het bijgebouw als woning niet in strijd was met het oude bestemmingsplan en dat [appellante] een overzicht had overgelegd van bewoners sinds 1973.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het college in een nieuw besluit moet onderzoeken of het overgangsrecht van toepassing is. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot handhaving wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over het overgangsrecht.