ECLI:NL:RVS:2017:258
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitschrijving uit basisregistratie persoonsgegevens wegens vertrek naar onbekend adres
Het college heeft appellant ambtshalve uitgeschreven uit de basisregistratie persoonsgegevens (brp) per 8 juni 2015 met de aantekening 'vertrokken naar onbekend', nadat onderzoek had uitgewezen dat appellant niet woonachtig was op het ingeschreven adres. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en vervolgens door de rechtbank ongegrond werd verklaard.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk tot 24 december 2015 op het adres woonde en voerde aan dat verklaringen van de eigenaar van het pand en de huurovereenkomst dit ondersteunen. De rechtbank had echter geoordeeld dat er gerede twijfel bestond over zijn woonplaats en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij op het adres woonde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat het college op goede gronden had besloten tot uitschrijving. De verklaringen van de eigenaar en de bevindingen van het onderzoek van de Sociale Verzekeringsbank, waaronder een huisbezoek waarbij weinig persoonlijke spullen werden aangetroffen en appellant geen medebewoners kon noemen, ondersteunden het besluit. De motivering en zorgvuldigheid van het besluit waren voldoende. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitschrijving uit de basisregistratie persoonsgegevens bevestigd.