ECLI:NL:RVS:2017:2582
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsommen wegens niet-herplanten boomgaard in Ridderkerk
Appellant, eigenaar van een perceel met een boomgaard te Ridderkerk, had zonder vergunning de bomen gerooid. Het college legde hem een last onder dwangsom op om de boomgaard te herstellen door minimaal 81 hoogstamfruitbomen per hectare met een stamdikte van 8 cm te planten. Appellant plantte bomen met een kleinere stamdiameter, wat niet voldeed aan de last.
Het college besloot tot invordering van de dwangsommen van in totaal € 97.500,00 nadat appellant niet aan de last had voldaan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte uitging van het totale aantal bomen gebaseerd op de kadastrale oppervlakte en dat de stamdikte en wijze van aanplant onvoldoende zijn beoordeeld.
De Afdeling oordeelde dat de last duidelijk voorschreef dat appellant minimaal 1053 bomen met een stamdikte van 8 cm moest planten en dat appellant hiervan op de hoogte was. De rechtbank had ten onrechte de beroepsgrond over de stamdikte onbesproken gelaten, maar dit leidde niet tot vernietiging van de uitspraak. Het college had terecht het invorderingsbesluit genomen. Het beroep op artikel 5:34 Awb Pro om de last op te heffen faalde omdat bomen met de vereiste stamdikte leverbaar zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.