ECLI:NL:RVS:2017:2595
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- J. Hoekstra
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan vanwege onvoldoende zorgvuldigheid en geluidbelasting bij koetserij in Maasdriel
De zaak betreft een geschil tussen appellant en de raad van de gemeente Maasdriel over het bestemmingsplan voor een terrein met bedrijfsbestemming, waarop een koetserij gevestigd is. De appellant klaagt over overlast en betwist de bouw- en gebruiksmogelijkheden, met name de verhuur van koetsen en de ontsluiting van het terrein.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft eerder een tussenuitspraak gedaan waarin gebreken in het bestemmingsplan van 14 april 2016 werden vastgesteld, onder meer over de verhuur van koetsen als nevenactiviteit, de ontsluiting van percelen en het ontbreken van voldoende onderzoek naar geluidbelasting op bijgebouwen. De raad heeft daarop een gewijzigd plan vastgesteld op 30 maart 2017.
De Afdeling oordeelt dat de raad de gebreken niet voldoende heeft hersteld. De verhuur van koetsen is niet adequaat planologisch begrensd, en de motivering over de geluidbelasting op bijgebouwen op twee percelen is onvoldoende, vooral omdat overschrijdingen van geluidnormen niet adequaat zijn gemotiveerd en niet geborgd zijn in het plan. De ontsluiting is wel passend geregeld. De besluiten van 14 april 2016 en 30 maart 2017 worden vernietigd, en de raad wordt opgedragen binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen. De raad wordt tevens veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De besluiten van 14 april 2016 en 30 maart 2017 worden vernietigd wegens strijd met de Awb; de raad moet binnen 26 weken een nieuw besluit nemen.