ECLI:NL:RVS:2017:2603
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor niet behalen inburgeringsexamen binnen gestelde termijn
Appellante is inburgeringsplichtig en moest het inburgeringsexamen voor 1 september 2014 behalen. Omdat dit niet gebeurde, legde het college op 14 oktober 2014 een boete van €250 op en stelde een nieuwe termijn tot 1 september 2015. Het college handhaafde deze boete na bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellante voerde aan dat de boete in strijd was met Richtlijn 2003/109/EG, omdat onvoldoende rekening was gehouden met haar financiële situatie en opleidingsniveau. De rechtbank oordeelde echter dat de boete niet de doelen van de richtlijn ondermijnt, mede omdat afbetaling mogelijk is en een lening kan worden afgesloten. Appellante had haar financiële situatie niet aangetoond.
Verder stelde appellante dat omstandigheden zoals faillissement van haar taalaanbieder en zorg voor kinderen haar verwijtbaarheid uitsluiten. De rechtbank vond dat zij een vervangende cursus en vergoeding had geweigerd, waardoor de gevolgen voor haar zijn. Ook de termijn van één jaar om het examen alsnog te behalen werd als redelijk beoordeeld, ondanks haar analfabetisme.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €250 wegens het niet tijdig behalen van het inburgeringsexamen en wijst het hoger beroep af.