ECLI:NL:RVS:2017:2619
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdelingen hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 6 juni 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde hun beroepen ongegrond op 17 juli 2017. Hiertegen stelden de vreemdelingen hoger beroep in bij de Raad van State.
Tijdens de procedure overlegde de staatssecretaris een door de vreemdelingen ondertekende vertrekverklaring waaruit bleek dat zij op 10 augustus 2017 vrijwillig met behulp van de Internationale Organisatie voor Migratie Nederland hadden verlaten en waren teruggekeerd naar Armenië, hun land van herkomst.
Gezien dit vrijwillige vertrek oordeelde de Raad van State dat de vreemdelingen geen belang meer hadden bij de beoordeling van het hoger beroep. Daarom verklaarde de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdelingen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het vrijwillig vertrek naar het land van herkomst.