ECLI:NL:RVS:2017:262
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang wegens onjuist aanbieden afvalstoffen
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 11 januari 2016 spoedeisende bestuursdwang toegepast door het verwijderen van twee dozen die naast een container waren aangetroffen. Deze dozen waren herleidbaar tot appellante vanwege de daarin gevonden poststukken met haar naam en adres. Het college legde de kosten van bestuursdwang deels bij appellante neer.
Appellante voerde aan dat zij de dozen niet had achtergelaten en dat zij op het tijdstip van constatering niet aanwezig was. Zij stelde dat het mogelijk was dat het afval door derden in de dozen was geplaatst of bij het legen van de container op straat terecht was gekomen. Ook stelde zij dat zij haar afval altijd correct scheidde en aanbood.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat uit de ambtelijke rapporten niet bleek dat appellante op het tijdstip van constatering ter plaatse was, maar dat dit niet ter zake doet. Het bewijsvermoeden dat degene tot wie afvalstoffen herleidbaar zijn ook de overtreder is, geldt tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet zo is. De stellingen van appellante waren onvoldoende om dit vermoeden te weerleggen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het kostenbesluit bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.