ECLI:NL:RVS:2017:2634
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid bekering
De staatssecretaris heeft op 25 oktober 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond is omdat zijn betoog geen vragen oproept die rechtseenheid of rechtsontwikkeling vereisen.
Het hoger beroep van de staatssecretaris was gegrond omdat de rechtbank ten onrechte aannam dat de bekering van de vreemdeling passief was. De Raad stelde vast dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn bekering voortkomt uit een diepgewortelde overtuiging of dat deze hem overkomen is.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.